Schooltaalwoordenboek

Klik op een letter om de woordenlijst bij de bijhorende letter te bekijken.

 

WoordVerklaringVoorbeeldzinWoordfamilie
aan de hand van (a.d.h.v.)met, door Aan de hand van deze wegbeschrijving kom je gemakkelijk op je bestemming aan. 
aanbevelenaanraden, zeggen dat iets of iemand erg goed is Het restaurant werd ons aanbevolen door de buurman.de aanbeveling
aanbiedeniemand iets geven De leerling die onbeleefd was, bood achteraf zijn verontschuldigingen aan.de aanbieding, het aanbod
aanbrengeniets geven aan, iets toevoegen Op de leerlingenraad brengen leerlingen nieuwe ideeën aan. Joke heeft mooie versieringen aangebracht op het groepswerk. 
aandacht, dedaardoor laat je merken dat je iets of iemand opmerktHij schonk geen aandacht aan de dreigende wolken en vertrok zonder regenjas.aandachtig
aanduideniets met een teken aanwijzen, tonenDe ingang van het park werd aangeduid met een bord.de aanduiding
aangevenaanduiden, iets laten wetenDat bord geeft aan dat je hier maar 30 km per uur mag rijden.de aangifte
aankruisenmet een kruisje aanduidenKruis het juiste antwoord aan en verklaar je keuze. 
aannemelijkiets dat heel goed mogelijk, erg waarschijnlijk isHet is aannemelijk dat je Gurbet morgen in het jeugdhuis zal zien.aannemen
aanpak, dede manier waarop je iets doet, de werkwijzeDe aanpak van de leraar wiskunde is anders dan die van de leraar Frans.aanpakken
aanpassenveranderen zodat het beter past bij iets of iemandDeze ingang is speciaal aangepast voor rolstoelgebruikers.de aanpassing
aansluiten bijpassen bij ietsDe plannen van de directeur sluiten goed aan bij de voorstellen van de leerlingen.de aansluiting
aantal, hethoeveelheid Dat spel kan je maar met een bepaald aantal spelers spelen. 
aantekening, dewat je opschrijft.Hij maakte aantekeningen over wat de leerkracht zei.de aangetekende brief
aantonenbewijzen, laten zien De goede punten tonen aan dat Seppe voor die toets geleerd heeft. 
aanvang, dede start, het begin De aanvang van het nieuwe schooljaar verliep goed. aanvangen
aanvinkenaanduiden met een vinktekenIn een opdrachtenlijst kan je aanvinken wat je al gedaan hebt. 
aanvulleniets erbij doen, iets vervolledigenIn deze opgave ontbreken enkele woorden. Kan jij ze aanvullen?de aanvulling
aanwijzentonen, aanduiden, iets laten zienDe thermometer wees drie graden onder nul aan.de aangewezen persoon
aanwijzingbewijs, instructie, informatie over hoe je iets moet doenDe leerkracht gaf ons duidelijke aanwijzingen over hoe we dat document moesten doorsturen.aanwijzen
absoluuthelemaal, totaal, volkomenAbsolute stilte kun je in ons land zelden meemaken? 
achterhaleniets te weten komen, iets ontdekkenHoe achterhaal ik de naam van mijn klasgenoot?achterhaald
actiefbezig zijn, veel doen, niet passief blijvenMijn opa is actief in de zwemclub.activeren, de activiteit
actueelwat nu gebeurt, wat je nu in het nieuws vindtBespreek de meest actuele gebeurtenissen rond de president van Amerika.actualiseren, de actualiteit
adequaatpassend, zoals het nodig isToen de leerling een paniekaanval kreeg, reageerde zij heel adequaat. 
advies, hetwat je als raad geeft, wat je aanraadtMijn leraar gaf het advies oefeningen opnieuw te maken.adviseren
afbeelding, dede prent, de tekening, de schetsOp die website vond ik een mooie afbeelding van een Griekse tempel.afbeelden
afhankelijkniet zonder kunnen, erdoor bepaald wordenHij kan niet zonder sigaret, hij is er afhankelijk van.afhangen
afkomstigwaar je vandaan komtOnze voetbaltrainer is afkomstig van Brazilië. de afkomst
afleiden iemands aandacht laten afdwalenDe leerling naast mij leidt me af door zijn grapjes.de afleiding
afleideneen woord maken vanuit een ander woordHet woord kinderlijk is afgeleid van het woord kind.  
afleideneen besluit trekken uit ietsUit zijn lichaamstaal leid ik af dat hij verdrietig is. 
afwisselendnu eens zo, dan weer andersDe wedstrijden vinden afwisselend in België en Nederland plaats.afwisselen, de afwisseling
afzonderlijkapart, niet samenDe drie professoren kwamen afzonderlijk tot hetzelfde besluit.afzonderen
akkoord gaan methet ergens mee eens zijn, het goedvinden, toestemmenBert ging akkoord met de beslissing die genomen werd. 
akkoord, hetovereenkomstDe leerlingenraad bereikte een akkoord met de directeur om een fuif te organiseren. akkoord gaan (met)
allerleiverschillende, alle mogelijke soortenIn die doos vind je allerlei voorwerpen om mee te knutselen. 
alternatief, heteen keuze of oplossing die ook mogelijk isIs reizen met de trein geen goed alternatief voor de auto?alterneren
alvorensvoor, vooraleerAlvorens u het drankje inneemt, moet u het flesje goed schudden. 
ambigudubbelzinnig Een ambigue zin kan voor problemen zorgen, omdat iedereen het anders kan begrijpen. 
analyse, deonderzoek dat duidelijk maakt hoe dingen in elkaar zittenUit de analyse van alle resultaten werd duidelijk dat het bedrijf een mooie winst had gemaakt.analyseren
analyserenontleden, kijken hoe iets in elkaar zit We moeten het probleem eerst analyseren om het te kunnen oplossen.de analyse
anekdote, dekort, grappig verhaal over iets dat echt gebeurd isZe vertelde een anekdote over haar avonturen in Zuid-Amerika.anekdotisch
anoniemzonder naamDie getuige krijgt anonieme brieven.de anonimiteit
apartlos van andere dingen, afzonderlijkWe hebben thuis geen aparte eetkamer. 
appreciërenwaardering hebben voorElke leerkracht apprecieert het als je je verontschuldigt wanneer je te laat bent. de appreciatie
argument, hetde reden waarop je steunt om iets te bewijzen of te doenDie werkloze had heel wat argumenten om de job niet aan te nemen.argumenteren, de argumentatie
aspect, hetonderdeel We bekeken tijdens de les aardrijkskunde de verschillende aspecten van het landschap in Afrika. 
associërenverbinden, de ene gedachten in verband brengen met de andereDie supermarktketen wil niet dat mensen het merk associëren met 'duur'.de associatie
authentiekgeen namaak, echt, origineelDit is een authentiek kostuum uit de Tweede Wereldoorlog.authenticiteit
automatischwaarvoor mensen niets hoeven te doen, zelfwerkend zonder erbij na te denken, onbewustDe deur opent automatisch.automatiseren
autoriteitgezag, een persoon met veel gezag of kennis op een bepaald gebiedDe leerkracht gebruikte zijn autoriteit om de studiezaal stil te krijgen.autoriseren, autoritair


 

 

 

© KNMC - site JOMA
Maantjessteenweg 130 - 2170 Merksem
Telefoon: 03/645.59.60 - e-mail: joma(at)knmc.be